Praktische+Medische informatie

Praktische+Medische informatie

jan 27, 2012

( ..natuurlijk zijn onze honden uitgebreid DNA geprofileerd, om de juiste beslissingen te kunnen nemen voor gezonde pups!)

 

Praktische+Medische informatie over uw hond:

Bij de aanschaf van een puppy is het belangrijk te controleren of de pup alle inentingen heeft gehad die op die leeftijd al nodig zijn. Sommige fokkers nemen het niet zo nauw daarmee om zo kosten te besparen.

Hier volgt een entschema met onderop deze pagina de toelichting van div. ziektes:

- 6 weken leeftijd: vaccinatie tegen hondeziekte en parvo (geïnactiveerd/verzwakt).

-12 weken leeftijd: vaccinatie tegen honde- en leverziekte, parvo, ziekte van Weil en kennelhoest.

-16weken leeftijd: vaccinatie tegen parvo, ziekte van Weil en kennelhoest.

Je ziet ook wel dat er dierenartsen zijn die op 6 weken leeftijd alleen honde- en leverziekte vaccineren en daarna op 9 weken leeftijd pas de parvo enten bij puppies maar bovenstaand schema is minder omslachtig en wordt meer gehanteerd.

Wij raden u aan om daarna de hond jaarlijks te laten inenten!!

Veel ziekten zijn beter te voorkomen dan te genezen en bij sommige ziekten is voorkomen de enige manier!

Het lichaam reageert na een besmetting met een ziekteverwekker (bijv.bacterie of virus) met het maken van afweerstoffen (antistoffen) tegen die ziekteverwekker. Als de afweer van het lichaam onvoldoende is, kan het dier ziek worden. Door nu een vaccin toe te dienen wordt bij dit dier een bescherming (immuniteit) opgebouwd terwijl het dier zelf niet ziek wordt. Alleen gezonde dieren kunnen dit optimaal. Na verloop van tijd neemt de bescherming geleidelijk aan af. Daarom is regelmatig her-enten noodzakelijk.

Puppies krijgen via de moedermelk de nodige antistoffen binnen om ze te beschermen tegen ziektes van buitenaf. Die bescherming is echter maar tijdelijk en daarom is belangerijk om ze met zes weken hun eerste inenting te geven. Puppies zijn pas vanaf 12 weken in staat om zelf antistoffen aan te maken en daarom krijgen ze pas met 12 weken “levende” entstof toegediend.

Puppies die met vier weken al bij de moeder worden weggehaald of hele nesten puppies die door een opkoper worden meegenomen op zeer jonge leeftijd hebben dus een verhoogd risico op ziektes. Ze missen een belangrijk deel van de antistoffen en worden meestal geveld door parvo.

(De beschrijving van diverse ziektes en behandelingen vind u onderaan deze info-pagina)

 

ONTWORMING VAN DE HOND:

Het is belangrijk dat zowel de moederhond als de puppies worden ontwormd. De puppies kunnen besmet worden via de moedermelk. Daarom moet altijd eerst de moeder en daarna pas de puppies worden ontwormd. Deze ontworming gebeurt meestal door middel van een pasta bij de puppies op 2wkn, 4wkn en 6wkn leeftijd.

Bij de cocktailenting op 12wkn leeftijd krijgt de pup een wormenkuur bij de dierenarts. Daarna is het raadzaam de pup gedurende 6 maanden 1x per maand te ontwormen, daarna volstaat 2x per jaar of op indicatie.

Er bestaan verschillende soorten wormenkuren omdat er ook verschillende soorten wormen zijn. Meest voorkomende wormen bij puppies zijn spoelwormen, maar het is ook aan te raden de pup ook een kuur te geven tegen lintwormen, haak- en zweepwormen. Een goede wormenkuur is hiervoor Drontal. Tevens is het ook belangrijk de pup al vroeg te behandelen tegen vlooien omdat die meestal de overbrengers zijn van lintwormen.

Als een puppies niet of te laat ontwormd is, kan ze diarree krijgen, veroorzaakt door de wormen. Ze willen dan niet of minder eten en hebben vaak een pijnlijke buik. Als een pup om welke dan ook diaree krijgt, is het belangrijk om een pup nooit te laten vasten omdat de pup dan te snel verzwakt. Beter is het om gewoon brokken te geven, evt. wat witbrood en voldoende water; evtueel kookvocht van gekookte rijst. Laat de hond zoveel mogelijk drinken en laat hem wel wat vaker uit.

 

 

VOEDING:

Als u een puppy ophaalt bij ons, dan is deze al gewend om brokjes te eten. Laat alle overige toevoegingen zoveel mogelijk weg (zoals boterhammen met pâte, gekookt vlees e.d.) Alles zit in puppyvoeding en is zorgvuldig uitgebalanceerd.

Wij gebruiken in onze kennel Meradog-Junior 1  brokken. Wij vinden dat dit voer volledig voldoet aan onze eisen en van hoge kwaliteit is. Dat wil niet zeggen dat ander puppyvoer niet volstaat. Dit is onze persoonlijke keuze.

Belangrijk is dat de hond voldoende bouwstoffen binnenkrijgt voor een juiste groei en het ook lekker vindt. Zorg altijd voor voldoende vers water. Volg het voedingsschema op de verpakking maar let ook op de pup, de ene komt van één bekertje brokjes al aan terwijl een ander er drie nodig heeft om voldoende te groeien.

Het is verstandig om op tijd (rond de 5 maanden) over te schakelen naar Meradog Junior 2 brokken. Als de hond te explosief groeit, kan dit bot/spierproblemen geven. Deze problemen komen vaak voor bij grotere rassen zoals de bordeauxdog en de Duitse dog. Controleer uw hond regelmatig en raadpleeg uw fokker of dierenarts bij enige twijfel t.o.v. zijn gezondheid.

 

BEWEGING/TRAINING:

Een pup zal vanaf +/- 8 weken heel veel indrukken opdoen in zijn nieuwe behuizing. Al die indrukken kunnen hem behoorlijk moe maken.  Laat de pup daarom zoveel mogelijk slapen, ruim eten en drinken, en geef ze vaak de mogelijkheid hun behoefte te doen. Als ze binnenshuis piepen, is dat meestal omdat ze naar buiten willen om de behoefte te doen. Je doet er verstandig aan om ze dan direct naar de plaats te brengen waar je ook wilt dat er geplast en gepoept wordt als ze volwassen zijn. Een aai over de bol of een ‘snoepje’ is dan een bevestiging voor de pup dat ze iets goed heeft gedaan. Straf een pup nooit voor het plassen of poepen binnenshuis, want ze zal het niet snappen en alleen maar heel onzeker ervan worden.

SOWIESONEGEER ieder ongewenst gedrag(ook al zal dat soms moeilijk zijn) en BELOON goed gedrag veelvuldig!

Probeer niet té lang met de pup te spelen en laat de pup nooit met grotere honden stoeien, omdat zijn gewrichten hierdoor ernstige (blijvende) schade op kunnen lopen.  Een pup kan zelf niet aangeven wanneer het te moe wordt, dus probeer dit zelf te controleren. Slapen, slapen en nog eens slapen. In rust herstelt het lichaam zich en kan de pup tot een gezonde hond uitgroeien.

Een hond die hyperactief is, is meestal gedurende de puppyperiode té veel bezig gehouden. Rust is dus heel belangrijk!

Na de vaccinatie van 12 weken kunt u met de hond deelnemen aan een zogeheten puppycursus. Dit is erg aan te bevelen, ook omdat de hond op die manier blijft socialiseren met andere honden. Voor u zelf  is het ook een must, zeker als u dit niet eerder hebt meegemaakt. Ook deelt u ervaringen met andere hondeigenaren, dat zowel nuttig als leuk kan zijn.

Tot een half jaar is het aan te raden de hond de nodige rust te gunnen, liever géén traplopen. Daarna kunt u het tempo van het trainen wat opvoeren.

Pas na één (!!) jaar mag de hond aan de fiets in draf lopen. Met het in draf lopen traint de hond zijn spieren. Ga je te snel, dan gaat de hond in galop en train je alleen zijn uithoudingsvermogen en niet zijn spieren.

Waarom pas na één jaar? Dat heeft te maken met het feit dat de hond tot die leeftijd nog veel kraakbeen heeft en alles nog zacht en beweeglijk is. Pas als dit kraakbeen hard geworden is (het zich “gezet” heeft), is de hond in staat tot intensievere training. Doe je dit te vroeg dan krijgt de hond onherroepelijk last van gewrichtsproblemen.

Ook het spelen met een balletje is niet aan te raden. Een tennisballetje kan gekke “sprongen” maken waardoor de kans groot is dat de hond zijn knie verdraait met als gevolg dat de kruisbanden kunnen beschadigen.

 

 

Levensfasen van de pup:

Onderstaande levensfasen zijn zeer belangrijk en een overgeslagen fase kan later nooit worden ingehaald!!!

- 1ste tot 4de week: een periode van eten, slapen en dus groeien. Deze periode maakt hij mee bij de fokker.

Pas met ong. 2 weken gaan de oogjes open maar de pup is in staat om te zien rond de achttiende dag. Rond deze tijd ontwikkelt zich ook het reukvermogen van de pup en kan deze ook horen.

-3de tot 8ste week: de inprentingsperiode: dit is de periode waarin de pup alle indrukken opdoet in en buiten zijn nest; die hij onthoudt voor de rest van zijn leven. Deze periode is zeer belangrijk om de pup vertrouwd te maken met alles wat buiten het nest gebeurd. Dit gaat nog een tijdje door in zijn nieuwe omgeving vanaf de achtste week.

De hond moet nu ook vertrouwd raken met bijv. de trein, de bus, overig verkeer, lawaai van verkeer en geschreeuw van mensen en kinderen, de stad, de winkel enz… Hoe meer de pup vertrouwd raakt met al deze facetten, des te stabieler uw hond zal zijn en dus niet terugdeinst voor deze dingen als hij ouder is. Als een pup deze periode niet als zodanig meemaakt is dit bijzonder jammer en dit is later niet meer in te halen. Een pup van 12 weken die slechts is opgegroeid op een boerderij of ‘n verkeerde kennel, zal waarschijnlijk nooit meer soepel in een drukke woonomgeving kunnen functioneren.!!

-8ste tot 12de week: de socialiseringsperiode: in deze periode staat de pup dus heel erg open voor indrukken en leert ook heel snel. In deze levensperiode zijn de eerste indrukken zeer bepalend voor het toekomstige gedrag van de hond. Het betekent echter ook dat de pup niet te veel slechte ervaringen mag opdoen, hij zal dan een angstig karakter kunnen ontwikkelen. In deze periode is het erg belangrijk om de hond kennis te laten maken met andere honden en andere dieren. Laat ze ook veelvuldig met andere mensen en kinderen in contact komen.

-12de tot 16de week: de rangordeperiode, de pup bepaalt zijn toekomstige plaats in de “roedel”.(lees=gezin!)

Deze periode is te vergelijken met de puberteit bij kinderen. De hond zal kijken hoever hij kan gaan om hogerop te komen binnen “de roedel”.

Zo is het belangrijk om eerst zelf te eten en dan pas de hond. Bij sjorspelletjes mag de hond nooit winnen. Als je bijv. thuiskomt van je werk begroet je eerst het gezin en als laatste de hond. Bij het naar buiten lopen ga jij altijd eerst naar buiten en dan pas de hond.

Kleine kinderen staan voor een hond meestal lager in rang omdat ze kleiner zijn als ze b.v. kruipen over de grond. Het is hierom dan ook belangrijk kleine kinderen nooit alleen te laten met de hond.

Voor de hond is het ook belangrijk dat één persoon de duidelijke leiding heeft (net zoals in de natuur de roedel één vaste leider heeft). De hond kent geen democratie, als u niet bereid bent een haast dictoriale leider te worden, zou u eigenlijk geen hond moeten nemen. Een duidelijke leiding is nodig om uw hond zijn plaats te geven in uw gezin.

 

Diverse hondenziektes en beschrijving/behandeling ervan:

Hondenziekte: (ziekte van Carré) is een virusziekte die honden van alle leeftijden kan aantasten met een snel verloop en sterfte, hier bestaat géén medicijn tegen. Verspreiding verloopt via urine, speeksel en ontlasting.

Leverziekte: (Hepatitis Contagiosa Canis) is een virusziekte die een leverontsteking veroorzaakt waar sommige honden licht ziek van worden maar ook helaas met dodelijke afloop. Verspreiding via alle uitscheidingsproducten.

Parvo: een virusziekte die met heftig braken en stinkende diarree gepaard gaat en bij veel pups dodelijk verloopt. Verspreiding via de ontlasting. Het is een onderschatte ziekte waar geen medicijn tegen bestaat, alleen de symptomen worden bestreden met antibraak- en stopmiddelen en om de vochtbalans op peil te houden is een infuus noodzakelijk.

Ziekte van Weil: (leptospirose) is een bacterieziekte met de meeste kans op besmetting in het voorjaar. Bij jongere honden kan de ziekte dodelijk verlopen. Verspreiding via urine van ratten en honden. (pas daarom op met het laten zwemmen in sloten en vieze poelen)

Kennelhoest: (para-influenzavirus/bordetella) het is een ziekte die door verschillende micro-organismen wordt veroorzaakt, besmetting vind meestal plaats daar waar veel honden bij elkaar zijn, (vandaar de naam) zoals in kennels, shows en in pension. Verspreiding gaat via de uitademinglucht. Symptoom van kennelhoest is vaak hoesten met een braakneiging, alsof er iets in de keel zit bij de hond.

Rabïes: (hondsdolheid) is een levensgevaarlijke virusziekte, ook voor mensen. Het virus komt met speeksel via een wondje in het lichaam en verspreidt zich langs zenuwbanen naar de hersenen waarna het dier uiteindelijk sterft. Verspreiding via speeksel (bijtwonden) van vossen, vleermuizen en andere dieren. Hondsdolheid komt bijna niet meer voor en is inenting hiertegen niet echt noodzakelijk. Mocht u echter naar het buitenland gaan met de hond dan is deze enting wel verplicht, dat moet 30 dagen voordat u de grens overgaat.

————————————————————

Wij kunnen ons bijzonder vinden in de (vertaalde) boeken van Jan Fennell, en kunnen u haar boek: ‘De vrouw die naar honden luisterd’ erg aanbevelen als lees/les-materiaal.                                                                

————————————————————

Nogmaals: Onderschat een boerboel op geen enkel punt en begin niet zonder enige ervaring en in volle bewustzijn van de consequenties aan de verzorging van dit geweldige ras.